2006 De Deventer moordzaak

De Deventer moordzaak is een van de meest geruchtmakende moorden van de afgelopen jaren. De weduwe J. Wittenberg werd op 25 september 1999 dood gevonden in haar woning aan de Zwolseweg 157. Ze was door messteken om het leven gebracht, volgens de politie op 23 september rond half negen.

"Met verbijstering en ook ongeloof is [...] in de buurt gereageerd op de dood van mevrouw Wittenberg, die volgens sectie in het gerechtelijk laboratorium (Rijswijk) door messteken om het leven is gebracht. Dat de punctuele mevrouw Wittenberg zaterdagmorgen niet bij haar kapper was verschenen en deze een buurtbewoonster poolshoogte liet nemen, vormde de aanleiding tot de ontdekking van de derde moord die dit jaar al in Deventer is gepleegd.
De gewaarschuwde politie leende een ladder van een buurtbewoner om van buitenaf een kijkje te nemen in de woning, de rechter helft van een dubbelblok. Via de achterzijde drong ze daarna het huis binnen, waar de politie de verschrikkelijke vondst deed. [...]
Dat ze na de dood van haar man een paar jaar geleden (een eveneens als vriendelijk bekend staande zenuwarts) vereenzaamd was, dat ze elke zondagmorgen trouw naar de nabijgelegen rk-kerk ging, er altijd keurig gekapt en opgemaakt uitzag en dat ze van bridgen en golfen hield en dan een gezellig praatje met haar medespelers maakte. 'Een vrouw die absoluut geen vlieg kwaad doet. Dat uitgerekend zij het slachtoffer moest worden van zo'n misdrijf is schrijnend. Dat heeft ze absoluut niet verdiend', stelt een buurtbewoner spijtig vast."(1)

De boekhouder van de rijke weduwe, de toen 44 jarige Ernst Louwes, was al snel verdacht. Hij zou het als executeur testamentair op haar vermogen van bijna vier miljoen gulden hebben voorzien.

Na aanvankelijke vrijspraak door de rechtbank van Zwolle, veroordeelde het hof in Arnhem Ernst Louwes in december 2000 tot twaalf jaar voor de moord op Wittenberg. Op basis van een eind van de plaats van de misdaad gevonden mes en een telefoongesprek, dat moet aantonen dat Louwes in (de bruut van) Deventer kon zijn ten tijde van de moord. Een hond koppelt een gevonden mes, dat als moordwapen wordt beschouwd, via een geursorteerproef aan Louwes.

Klik voor vergroting

Een briefje zonder afzender. "Volgens schriftkundig bureau Waisvisz is het vrijwel zeker dat die is geschreven door de vriendin van de aanvankelijke verdachte in de Deventer moordzaak. Met de kennelijke bedoeling om de aandacht van hem af te leiden."
Bron: De Stentor, 22 januari 2004

In juli 2003 verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar het hof. Uit nieuw DNA-onderzoek blijkt dat er op het mes geen sporen van het slachtoffer of Louwes zitten. Bij de eerste dag van de herziening verdwijnt het mes van tafel als bewijsmateriaal.

Het openbaar ministerie kwam echter op 27 januari 2004, ruim vier jaar na de moord, met nieuw bewijs: op het blouse van het slachtoffer waren bloedvlekjes gevonden met DNA-sporen van de boekhouder.

Op 9 februari 2004 veroordeelt het gerechtshof in Den Bosch Ernst Louwes opnieuw tot twaalf jaar gevangenisstraf. Er was vijftien jaar geëist.

Tijdens het voorlezen van het arrest onderbrak Louwes een aantal keren de president van het gerechtshof en zei dat hij het niet gedaan had. Meteen na de uitspraak riep hij dat hij zich niet weer zou laten ,,oppakken''. Er ontstond een handgemeen, waarbij een aantal agenten hem op de grond overmeesterde. Op de publieke tribune brak ook enig rumoer uit. ,,U gaat gewoon door met de argumenten van de politie. U veegt alles weg'', zei Louwes tegen het hof.(2)

De Hoge Raad bekrachtigt het vonnis op 22 februari 2005.

Normaal gesproken zou een zaak hiermee zijn afgerond. Op 31 januari 2006 kondigt het openbaar ministerie een "oriënterend vooronderzoek" aan op basis van onderzoek van Maurice de Hond en twee rechercheurs. Hij verzamelde nieuwe informatie.(3) Zij zien Michael de J. als verdachte.

Uiteindelijk besluit het openbaar ministerie op 13 juni 2006 dat er geen nieuw strafrechtelijk onderzoek naar de Deventer moordzaak. Het openbaar ministerie twijfelt niet aan de juistheid van het rechterlijk vonnis in de zaak. "Volgens het OM heeft nader DNA-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) meer belastend materiaal opgeleverd tegen Louwes. Het NFI vond vijf nieuwe ‘contactsporen’ en een nieuw bloedvlekje op de blouse van de vermoorde vrouw, waarvan het DNA overeenkwam met dat van Louwes. In eerder onderzoek waren al zes sporen en een bloedvlekje gevonden. Op basis daarvan had het Bossche gerechtshof Louwes in 2004 veroordeeld. Op de blouse bevindt zich volgens het NFI bovendien geen ander DNA-materiaal dan dat van Louwes en het slachtoffer. Louwes was de belastingadviseur van de weduwe en haar executeur-testamentair.

Het OM onderzocht ook de aanwijzingen die Maurice de Hond had aangedragen. Volgens De Hond is de klusjesman van de weduwe de dader. Hij zou een motief hebben en messen verzamelen van het type waarvan een bloedafdruk op de blouse was aangetroffen. Ook zou hij bekenden al verteld hebben over de moord voordat deze bekend werd. Volgens het OM is hiervoor geen bewijs gevonden, en is de bloedafdruk van een ander type mes. Ook de andere aanwijzingen veegt het OM van tafel."(4)


NOTEN

(1) De Stentor (Deventer Dagblad), 27 september 1999 (terug naar de tekst)

(2) NRC Handelsblad, 27 januari 2004 en 9 februari 2004 (terug naar de tekst)

(3) NRC Next, 27 maart 2006 (terug naar de tekst)

(4) NRC Handelsblad, 13 juni 2006 (terug naar de tekst)